Herman van Werl stamde uit de hoogste West/Europese adel. Hij was de zoon uit het eerste huwelijk van de Saksische Graaf Herman I van Werl met Gerberge van Boutgondë, een dochter van Koenraad van Bourgondië em mathilde van Frankrijk.
Herman was graaf van Werl vanaf 979 tot 1024. Hij verwierf ook de graafschappen Lochtrop (bij Eslohe) en Dreigau (in het Sauerland) en in het bisdom Osnabrück. Ook was hij voogd van de abdij van Liesborn, het stift van Meschede en het stift van Oedingen. Oedingen werd door Herman samen met zijn oeder< Gerberga gesticht.
Herman was een trouw bondgenoot van zijn halfzuster Gisela van Zwaben en daardoor een tegenstander van Keizer hendrik. In 1018 werd Herman gevangengenomen door Udo van Stade, neef van de bisschop van Münster in een conflict over het voogdijschap over Liesborn, wat herman uiteindelijk verloor. In 1019-20 verzette hij zich samen met de Billungen en de Paltsgraven tegen de politiek van Hendrik II die sterk op de bisschoppen steunde. Herman kwam ook in conflict met de aarstbisschop van Keulen over voogdijschappen en over de gevangename van zijn moeder. Na de dood van hendrik II speelde Zherman een belangrijke rol in de verkiezing van Koenraad II de Saliër (de man van Gisela) tot koning van Duitsland.
Herman was in 997 met een onbekende vrouw getrouwd, en hertrouwde in 1007 met Godila van Rotheburg (968 <> 18-06-1015). Zij was de dochter van Werner von Rothenburg, neef van bisschop Wigfried van Verdun, en weduwe van Lotharius III van walbeck. Wegens te nauwe verwantschap werden herman en Godila geëxcommuniceerd, wat een geliefd middel van Hendrik II was om zijn tegenstanders te dwarsbomen. Herman en zijn eerste vrouw kregen de volgende kinderen:
Hendrik, graaf van Werl
Koenraad
Adelbert
Bernard