Onno Tamminga van Alberda werd geboren in 1669 als zoon van Mello Alberda en Suzanne Tamminga. Na de erfscheidng van de boedel van zijn vader verkreeg hij het huis Rensuma. In 1695 trouwde hij met Josina Petronella Clant. Zij woonde toen op het nabijgelegen Ringeweer. In de koopakte van Rensuma werd melding gemaakt van een eendekooi. De rest van het huis wordt beschreven als zijnde:
De borg Rensuma met annex schuur met ruim 40 grazen binnendijks en 5 heemsteden. Ten zuiden van de dijk, met kelder en gestoelte in de kerk, met singels, grachten, geboomten en gerechtigheden. In 1700 liet Onno en josina het huis verbouwen, Het uiterlijk komt sterk overeen met het huidige, een laag landhuis dus.
Onno gaf een orgel, gebouwd door Albertus Anthoni Hinsz aan de kerk van Zandeweer. Dit orgel bestaat nu nog.
Onno vestigde zich op Rensuma, Hij bekleede veel bestuursposten, was bijvoorbeeld luitenant van de hoge justitiekamer. Na de dood van zijn schoonvader erfde hij Nyenstein, waar hij in 1713 ging wonen. Toch behield hij aanvankelijk Rensuma en daardoor invloed in uithuizermedum, o.a. Als eerste collator.
In het jaar onzes tijdrekening 1717 heeft de edele en zeer beroemde Onno Tamminga van alberda, heer van nyenstein, Rensuma enz enz enz, de voorzitter van hen, die met de hoogste macht recht spreken tussen de Eems en de Lauwers, en primarius Collator van Uithuizermeedeum, uit brandende liefde tot god, deze toren doen bouwen tot eer van de almachtige god en tot uitnemend sieraad van deze kerk. Met oogmoed bidden wij, god wil deze toren spare voor donde, bliksumvuur en felle wind bewaren. Met deze tekst staat boven de toegansdeur van de kerk van Uithuizermedum.
In 1718 deed Onno Rensuma in gebruik over aan zijn zoon Mello alberda. Evenals op Rensuma zorgde Onno voor verfraaing van de borg Nyenstein en de kerk aldaar. De borg kreeg twee gebeeldhouwde Hameren op de binnenplaats, thans staande voor het kerkhof van Middelstum. Ook liet hij een schthuis bouwen in 1712, dat echter in 1727 door brand geteisterd werd en in 1745 in vlammen opging. Onno overleed in 1743, zijn vrouw in 1746.
>>Verhaal over Thomas van Seeratt, die na de kerstvloed van 1717 zich inzete voor het herstel en verbetering van de Groningse dijken.
Thomas van Seeratt alaagt erin de Groningse dijken te verbeteren. De tekeningen achterin zijn ‘journaal’ laten zien dat de nieuwe exemplaren aanzienlijk hoger en breder worden dan de oude. In 1721 krijgt hij de beloning voor zijn inspanningen. Het Aduarder zijlvest schenkt hem een zilveren lampetkan en schotel en het provinciebestuur promoveert hem tot ‘rentmeester’. Het biedt hem de mogelijkheid om naast het buiten Overwater, dat hij sinds 1719 in Hoogezand bezit, ook in de stad een groot huis te kopen. Op 26 oktober 1722 koopt hij van jonker Onno Tamminga van Alberda en diens echtgenote Josina Petronella Clant het grote huis op de hoek van de Broerstraat en de Oude Boteringestraat. In 1730 schrijft hij hier zijn ‘journaal’. Op 14 december sluit hij het af met de verzekering dat hij in zijn periode als commies provinciaal ‘veele duisenden voor de provincie hebbe bespaart’.