Tamminga, Schotto II
| Geboortenaam | Tamminga, Schotto II |
| Bijnaam | Focko |
| Geslacht | mannelijk |
| Leeftijd bij overlijden | 52 jaren |
Notities
Notitie
Op 28 oktober 1659 werd het eiland Rottermeroog verkocht aan een viermanschap onder leiding van Jr. Schotto Tamminga, heer van Bellingeweer, die zijn deelgenoten uitkocht. De koopsom bedroeg 7.300 carolingse guldens. Bij het overlijden van Schotto in 1663 werden zijn kinderen eigenaren. Schotto volgde zijn vader op als heet van Bellingeweer in 1652.
In datzelfde jaar, 1652 was Barthold Wichering gestorven en Schotto werd Luitenant voor het leven op de landdag. Burgemeester Eyssinge van Groningen werd lid van de Hoofdmannenkamer. De landdag van 1656 werd een chaos, zodat een commissie uit de Staten generaal uit Den Haag moest komen om de zaken te proberen te lijmen. Raadspensionaris Johan de Wit was daarbij en ook Stadhouder Willem frederik spande zich in, hij lonkte naar het ambt van Veldmaarschalk der Republiek, waardoor Johan de Wit hem steun beloofde. Rengers, ook lid van de landdag deed een handige zet om de chaos op te lossen. Hij stelde voor om de luitenant van de Hoofdmannenkamer door Ommelanden en Stad beurtelings te laten aanwijzen. Hij sloeg met dit voorstel twee vliegen in één klap. Schotto raakte als tegenstander uit een belangrijk ambt en een gildegroepering in de stad kon hij hiermee lekker maken. Schotto van zijn kant reageerde door aan de wensen van de stad tegemoet te komen en op de Ommelander Landdag (dec 1656) stampij te maken. Hij werd hierop afgezet als luitenant. Uiteraard moest een provinciale landdag dit bevestigen.
Schotto en de zijnen zochten het hogerop, zij verschenen in de Staten Generaal (jan 1657), die in commissie toezegden. Dat betekende uitstel. Na de relletjes in de stad na de landdag van 18 maart 1657, die door soldaten en Willem Frederik persoonlijk werden gesmoord, werd Rengers vriend, de heer van Lutzborgh voor twee jaar Luitenant van de Hoofdmannenkamer.
Schotto werkte eraan op de deputatie der Staten Generaal deze beslissing ongedaan te maken. Hij ging zelfs met stadhouder Willem frederik praten, maar deze wilde geen besluit nemen. Ook Johan de Wit wilde het besluit niet meer ongedaan maken. Schotto bleef wel lid van de Hoofdmannenkamer tot zijn dood in 1663, maar luitenant werd hij niet meer.
Schotto trouwde met Cathrina Sickinghe, dochter van Feye Sickinghe en Sophia van Echten.
Gebeurtenissen
| Gebeurtenis | Datum | Locatie | Beschrijving | Bronnen |
|---|---|---|---|---|
| Geboorte | 1611 | Bellingeweer (Winsum Gr.) | ||
|
|
||||
| Overlijden | 1663 | Bellingeweer (Winsum Gr.) | ||
|
|
||||
| Verloving | 25-10-1642 | |||
|
|
||||
| Huwelijk (Bruid) | 11-12-1642 | Warffum | ||
|
|
||||
Ouders
| Verwantschap met hoofdpersoon | Naam | Geboortedatum | Overlijdensdatum | Relatie binnen dit gezin (indien niet door geboorte) |
|---|---|---|---|---|
| Vader | Tamminga, Onno III | 1577 | 1652 | |
| Moeder | Beninga, Cecilia | 1585 | ||
| Broer | Tamminga, Eger | 1605 | ||
| Zus | Tamminga, Anna | 1605 | 1661 | |
| Broer | Tamminga, Hessel | 1610 | ||
| Tamminga, Schotto II | 1611 | 1663 | ||
| Broer | Tamminga van Ludema, Onno V | 04-01-1614 | 29-03-1689 | |
| Broer | Tamminga, Sveder | 1615 | 27-07-1681 | |
| Broer of zus | Tamminga, ndr | 1620 |
Gezinnen
Gezin van Tamminga, Schotto II en Sickinghe, Catherina |
|||||||||||||||||
| Onbekend | Partner | Sickinghe, Catherina ( * 1602 + 1650 ) | |||||||||||||||
| Kinderen | |||||||||||||||||
| Naam | Geboortedatum | Overlijdensdatum |
|---|---|---|
| Tamminga, Cecilia | 1643 | 1717 |
| Tamminga, Johan | 16-11-1644 | 1738 |
| Tamminga, Onno VI | 1648 | 1689 |
| Tamminga, Allart III | 1650 |